ECLI:NL:HR:2000:AA6336
Hoge Raad
- Cassatie
- H.L.J. Roelvink
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Verstekverlening en termijnoverschrijding bij cassatieberoep in kort geding
In deze zaak heeft eiser beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden in een kort geding, gewezen op 22 december 1999. Verweerders zijn niet verschenen bij de zitting van de Hoge Raad, waardoor verstek tegen hen is verleend. De Advocaat-Generaal had echter verzocht het verstek te weigeren.
De Hoge Raad oordeelt dat, aangezien verweerders niet zijn verschenen en de formele vereisten voor het instellen van het beroep zijn nageleefd, verstek verleend moet worden. Vervolgens wordt vastgesteld dat het cassatieberoep te laat is ingesteld, aangezien het beroep binnen zes weken na het arrest van het hof had moeten worden ingediend.
De zaak wordt verwezen naar de rol voor uitlating door eiser over de overschrijding van de cassatietermijn. Hiermee wordt de procedure voortgezet met aandacht voor de termijnoverschrijding. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en openbaar uitgesproken op 30 juni 2000.
Uitkomst: De Hoge Raad verleent verstek tegen verweerders en verwijst de zaak naar de rol voor uitlating over de termijnoverschrijding.