ECLI:NL:HR:2000:AA6519
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag parkeerbelasting gemeente Utrecht
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor het parkeren zonder betaling van parkeergeld op 22 maart 1997 in de gemeente Utrecht. Tegen deze aanslag maakte zij bezwaar, maar het Hoofd Bureau Parkeren verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het bezwaar gegrond verklaarde en de naheffingsaanslag handhaafde.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het Hof over het feit dat belanghebbende zonder betaling parkeergeld heeft geparkeerd niet op juistheid kan worden getoetst in cassatie, omdat dit een waardering van bewijsmiddelen betreft die aan het Hof is voorbehouden.
Daarnaast wees de Hoge Raad de klacht af dat het Hof artikel 225, lid 5, van de Gemeentewet zou hebben geschonden door niet de houder van het voertuig als belastingplichtige aan te merken. De Hoge Raad stelde dat ook degene die het voertuig heeft geparkeerd als belastingplichtige kan worden aangemerkt en dat het Hof terecht de naheffingsaanslag aan belanghebbende heeft opgelegd.
Tot slot wees de Hoge Raad het beroep af en oordeelde dat geen aanleiding was tot veroordeling in proceskosten. Dit arrest werd op 14 juli 2000 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt gehandhaafd.