ECLI:NL:HR:2000:AA6520
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt premieplicht Nederlandse volksverzekeringen bij detachering binnen EG
Belanghebbende, woonachtig in Nederland, werkte in 1992 in loondienst buiten Nederland. Van 26 februari tot en met 31 juli was hij gedetacheerd in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap (EG). De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op voor premie volksverzekeringen over deze periode, nadat belanghebbende aanvankelijk vrijstelling had gevraagd.
Het Gerechtshof Amsterdam verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigde de navorderingsaanslag. Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad moest beoordelen of belanghebbende premieplichtig was voor de Nederlandse volksverzekeringen gedurende de detacheringsperiode.
De Hoge Raad oordeelde dat op grond van Verordening (EEG) nr. 1408/71, artikel 14 lid 1 letter Pro a, een werknemer die door een onderneming uit een lidstaat in een andere lidstaat wordt gedetacheerd, onderworpen blijft aan de sociale verzekeringswetgeving van de uitzendende staat. Het Hof had geoordeeld dat belanghebbende in deze zin gedetacheerd was, een oordeel dat niet onbegrijpelijk is en niet in cassatie kan worden getoetst.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de premieplicht van belanghebbende voor de Nederlandse volksverzekeringen over de periode van 26 februari tot en met 31 juli 1992. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de premieplicht van belanghebbende voor de Nederlandse volksverzekeringen over de detacheringperiode.