ECLI:NL:HR:2000:AA6921
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt berekening voorkomingsbreuk bij vennootschapsbelasting aandelenverkoop
Belanghebbende, X B.V., verwierf in 1989 en 1990 aandelen in de Franse vennootschap D S.A., met als doel deze binnen korte termijn te verkopen. De aankoop werd grotendeels gefinancierd met een kortlopende lening, waarbij aanzienlijke rentekosten ontstonden. Na verkoop van de aandelen realiseerde X B.V. een substantiële boekwinst.
Voor het jaar 1990 deed belanghebbende geen aangifte vennootschapsbelasting, waarna de Inspecteur een aanslag oplegde. Na bezwaar en een boekenonderzoek stelde de Inspecteur het belastbare bedrag vast en verleende slechts gedeeltelijk een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting. Het Hof bevestigde deze berekening, waarbij alle rentekosten en overige kosten direct aan de verkoopopbrengst werden toegerekend.
X B.V. stelde in cassatie dat de rentekosten slechts toegerekend moesten worden aan de periode waarin de aandelen in bezit waren, niet aan het moment van winstrealisatie. De Hoge Raad verwierp dit middel en bevestigde het oordeel van het Hof. Tevens wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de aanslag vennootschapsbelasting met de toegepaste vermindering ter voorkoming van dubbele belasting.