ECLI:NL:HR:2000:AA7009
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak inzake aanslag inkomstenbelasting 1990
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1990 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 5.637.347, waarbij het gedeelte boven ƒ 42.123 werd belast volgens het bijzondere tarief van artikel 57a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de aanslag vernietigde en verminderde tot een belastbaar inkomen van ƒ 4.608.968, belast tegen 20% met toepassing van de belastingvrije som.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het arrest van het Hof en de uitspraak van de Inspecteur, en stelde de aanslag vast op een belastbaar inkomen van ƒ 4.608.968, waarvan ƒ 4.557.709 belast wordt volgens het tarief van artikel 57a. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De Hoge Raad motiveerde dat het Hof ten onrechte niet het juiste tarief van artikel 57a had toegepast op het juiste deel van het belastbare inkomen, namelijk het bedrag boven ƒ 42.123 verminderd met de belastingvrije som. De zaak werd behandeld in samenhang met een soortgelijke zaak met nummer 35632. Het arrest werd op 6 september 2000 in het openbaar uitgesproken door vijf raadsheren onder voorzitterschap van vice-president Jansen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 4.608.968 met toepassing van het tarief van artikel 57a.