ECLI:NL:HR:2000:AA7010
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- A.E. de Moor
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dwingende termijn voor verzoek tot vaststelling negatief jaarsaldo omzetbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had bij de Inspecteur een verzoek ingediend tot vaststelling van een negatief jaarsaldo en teruggaaf omzetbelasting over 1997. Dit verzoek werd afgewezen, evenals het daarop gebaseerde bezwaar. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, omdat het verzoek niet tijdig was ingediend volgens artikel 4c, lid 8, van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de termijn van artikel 4c, lid 8, geen termijn van openbare orde is en dat het verzoek als een aanvulling op een tijdig ingediende aangifte moest worden beschouwd. De Hoge Raad verwierp deze stellingen en bevestigde dat het verzoek dwingend bij de aangifte over het eerste tijdvak van het volgende kalenderjaar moet worden gedaan. Indien niet aan deze termijn wordt voldaan, wordt het verzoek niet in behandeling genomen.
De Hoge Raad wees tevens het betoog af dat het verzoek binnen de termijn voor bezwaar tegen de aangifte als tijdig kon worden aangemerkt, omdat het verzoek een zelfstandig onderdeel vormt dat niet kan worden samengevoegd met de aangifte. Het arrest bevestigt daarmee de strikte toepassing van de termijnen in de belastingwetgeving.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees de proceskostenveroordeling af, waarmee de uitspraak van het Hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot vaststelling van het negatief jaarsaldo wordt niet in behandeling genomen wegens niet-tijdige indiening.