ECLI:NL:HR:2000:AA7042
Hoge Raad
- Cassatie
- H.L.J. Roelvink
- W.H. Heemskerk
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verhaal bijstandskosten na stopzetting alimentatiebetalingen wegens vermeende samenwoning
De zaak betreft een geschil tussen de Gemeente Hilversum en een man die alimentatieplichtig was jegens zijn ex-echtgenote. De man stopte in juli 1991 met alimentatiebetalingen omdat hij meende dat de onderhoudsplicht was geëindigd wegens samenwoning van zijn ex-echtgenote met een ander. De Gemeente verleende bijstand aan de ex-echtgenote en verhaalde deze kosten op de man.
De man verzocht de rechtbank het verhaalbesluit van de Gemeente te vernietigen, primair omdat hij meende niet meer alimentatieplichtig te zijn sinds 1991. De rechtbank oordeelde dat verhaal slechts mogelijk was vanaf 14 september 1995, twee maanden na de kennisgeving van de Gemeente. Het hof stelde het verhaal uit tot 12 maart 1998, omdat de man pas toen rekening moest houden met het niet vervallen zijn van zijn alimentatieplicht.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de Gemeente en het incidenteel beroep van de man. Het hof had terecht geoordeeld dat de man pas vanaf 12 maart 1998 met het verhaal rekening hoefde te houden, mede omdat noch de ex-echtgenote noch de Gemeente reageerde op het stopzetten van de betalingen in 1991. De brief van de Gemeente uit 1995 was onvoldoende om eerder rekening te houden met het niet vervallen zijn van de alimentatieplicht.
De Hoge Raad bevestigde dat het verhaal van bijstandskosten kan plaatsvinden vanaf het moment dat definitief vaststaat dat de alimentatieplicht niet is geëindigd, en dat het hof zijn motivering hierover voldoende had gegeven.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de Gemeente bijstandskosten mag verhalen vanaf 12 maart 1998.