ECLI:NL:HR:2000:AA7155
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.G. Pos
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep Directeur Gemeentelijke Belastingen Rotterdam
De Directeur van de Dienst Gemeentelijke Belastingen van de gemeente Rotterdam stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage over een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd aan X BV voor het jaar 1992.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat op grond van artikel 19 van Pro de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken juncto artikel 248 van Pro de Gemeentewet het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam als juiste procespartij is aangewezen, en er geen sprake was van een herstelbaar verzuim.
Daarnaast veroordeelde de Hoge Raad de Directeur in de proceskosten ten behoeve van belanghebbende, vastgesteld op de helft van f 2.130,--, welke kosten door de gemeente Rotterdam moeten worden vergoed.
Het arrest werd op 25 juli 2000 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Directeur Gemeentelijke Belastingen Rotterdam wordt niet-ontvankelijk verklaard en de gemeente Rotterdam wordt veroordeeld tot vergoeding van de helft van de proceskosten.