ECLI:NL:HR:2000:AA7158
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- G.J. Zuurmond
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kostenexploot bij invordering onroerendezaakbelasting ondanks geringe hoofdsom
Belanghebbende was in gebreke gebleven met de betaling van een laatste termijn van 110 gulden onroerendezaakbelasting. Na betaling van dit bedrag bleef een restant van 10 gulden plus aanmaningskosten onbetaald. De gemeente Maassluis bracht explootkosten van 50 gulden in rekening voor het betekenen van een dwangbevel. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze kosten, dat door de ontvanger werd afgewezen. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij het Hof, dat de uitspraak van de ontvanger en de kostenbeschikking vernietigde.
De gemeente stelde vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad. Deze oordeelde dat het beleid van de gemeente om alle openstaande belastingbedragen daadwerkelijk te innen en de invorderingskosten te verhalen op de veroorzaker, redelijk was. Het hof had geoordeeld dat de gemeente in dit geval niet redelijk had gehandeld, mede vanwege de vermoedelijke gelijktijdigheid van betaling en aanmaning en het betalingsgedrag van belanghebbende.
De Hoge Raad verwierp deze overwegingen en stelde dat bijzondere omstandigheden die tot afwijking van het invorderingsbeleid zouden kunnen leiden, ontbraken. De Hoge Raad bevestigde daarom de uitspraak van de ontvanger en vernietigde het vonnis van het hof. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de explootkosten van 50 gulden terecht zijn geheven voor de invordering van een restant van 10 gulden onroerendezaakbelasting.