ECLI:NL:HR:2000:AA7355
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- J.L.M. Urlings
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt nihil schadeloosstelling bij vervroegde onteigening voor Merva B.V.
In deze zaak vorderde de Gemeente ’s-Gravenhage de vervroegde onteigening van een onroerende zaak te ’s-Gravenhage, waaronder ook het belang van Merva B.V. als derde-belanghebbende viel. De Rechtbank had bij vonnis de onteigening uitgesproken en de schadeloosstelling voor de gemeente vastgesteld op ƒ 1,--. Voor Merva B.V. werd de schadeloosstelling aanvankelijk niet bepaald.
Merva B.V. werd later als derde-belanghebbende toegelaten en stelde een vordering tot schadeloosstelling in. De Rechtbank wees deze vordering af en bepaalde de schadeloosstelling voor Merva B.V. op nihil. Hiertegen stelde Merva B.V. cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen zonder inhoudelijke motivering, aangezien het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens werd Merva B.V. veroordeeld in de kosten van het geding.
Het arrest bevestigt daarmee het oordeel van de Rechtbank dat in dit geval geen schadeloosstelling aan Merva B.V. toekomt bij de vervroegde onteigening.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Merva B.V. wordt verworpen en de schadeloosstelling blijft nihil.