ECLI:NL:HR:2000:AA7838
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt leeftijdsgrens zelfstandigenaftrek geen verboden discriminatie
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een belastbaar inkomen van f 88.324,--. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij het Hof, stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de leeftijdsgrens van 65 jaar in artikel 44m van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, die volgens belanghebbende een verboden discriminatie vormde op grond van artikel 26 IVBPR Pro en artikel 14 EVRM Pro. De Hoge Raad oordeelde dat deze leeftijdsgrens objectief en redelijkerwijs te rechtvaardigen is, mede gelet op eerdere arresten en de doelstelling van de zelfstandigenaftrek.
De overige middelen van cassatie werden eveneens verworpen zonder nadere motivering. De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af en verklaarde het beroep ongegrond. Het arrest werd op 25 oktober 2000 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de leeftijdsgrens van 65 jaar voor de zelfstandigenaftrek wordt bevestigd.