ECLI:NL:HR:2000:AA8311
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- A.E. de Moor
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert navorderingsaanslag en kwijtscheldt belastingverhoging wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende werd aanvankelijk ambtshalve aangeslagen voor een belastbaar inkomen van f 50.000 in 1989. Later werd een navorderingsaanslag opgelegd van f 6.015.213, met een verhoging van 100% die niet werd kwijtgescholden. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag en verhoging. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de aanslag na ambtshalve vermindering handhaafde, de kwijtschelding deels toekende en het kwijtscheldingsbesluit vernietigde.
Belanghebbende stelde cassatie in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad beoordeelde dat het Hof ten onrechte geen rekening had gehouden met de redelijke termijn zoals vereist door artikel 6 EVRM Pro. De procedure duurde van de mededeling van de beschuldiging in juni 1994 tot uitspraak in juni 1999, wat een overschrijding van de redelijke termijn inhoudt.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en de uitspraak van de Inspecteur, verminderde de navorderingsaanslag en schold de belastingverhoging verder kwijt tot f 250.000. Daarnaast werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van belanghebbende. De overige middelen van cassatie werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de navorderingsaanslag en schort de belastingverhoging verder op wegens overschrijding van de redelijke termijn.