ECLI:NL:HR:2000:AA8723
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens overschrijding cassatietermijn
In deze zaak heeft de Hoge Raad bij tussenarrest van 30 juni 2000 verstek verleend tegen verweerders en de zaak terugverwezen voor nadere uitlating door eiser over de overschrijding van de cassatietermijn. Eiser heeft na dit tussenarrest nog een schriftelijke toelichting gegeven, maar dit was onvoldoende om de overschrijding te rechtvaardigen.
De Procureur-Generaal concludeerde dat eiser niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens het te laat instellen van het cassatieberoep. De Hoge Raad volgde deze conclusie en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Tevens werd eiser veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, welke aan de zijde van verweerders nihil werden begroot.
De uitspraak werd gedaan door de raadsheren R. Herrmann (voorzitter), A.E.M. van der Putt-Lauwers en H.A.M. Aaftink, en in het openbaar uitgesproken door W.H. Heemskerk op 1 december 2000.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens overschrijding van de cassatietermijn.