ECLI:NL:HR:2000:AA8854
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- G.J. Zuurmond
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en beoordeling van aanslag waterschapslasten landgoed Regge en Dinkel 1996
Belanghebbende werd voor het jaar 1996 aangeslagen voor waterschapslasten door het waterschap Regge en Dinkel. Na bezwaar stelde het dagelijks bestuur het totaalbedrag bij, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof vernietigde de uitspraak van het dagelijks bestuur en stelde het totaalbedrag vast op ƒ 1.701,--.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het landgoed een indirect belang zou hebben bij de taakuitoefening van het waterschap, met name met betrekking tot de afwatering via het grondwater en de kosten die daardoor zouden ontstaan.
De Hoge Raad benadrukte dat alleen sprake kan zijn van waterbezwaar indien de afstroming zodanig is dat zij extra kosten veroorzaakt voor het waterschap. Het Hof had nagelaten vast te stellen of en in welke mate het mede berekenen van watergangen buiten het landgoed extra kosten voor het waterschap opleverde. Daarom werd het arrest van het Hof vernietigd en verwezen naar het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.
Het waterschap werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en moest het griffierecht vergoeden. De Hoge Raad gaf daarmee een nadere invulling aan de criteria voor het toekennen van waterschapslasten en het belang van een zorgvuldige motivering door lagere rechters.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch voor nadere behandeling.