ECLI:NL:HR:2000:AA8893
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- W.H. Heemskerk
- C.H.M. Jansen
- H.A.M. Aaftink
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep bij terugvordering kosten van bijstand op grond van Algemene Bijstandswet
De Gemeente heeft de Kantonrechter verzocht vast te stellen dat verweerster een bedrag van ƒ 25.831,07 aan kosten van bijstand dient te voldoen, omdat zij onjuiste of onvolledige informatie had verstrekt over haar inkomsten tijdens de bijstandsperiode. Verweerster verscheen niet op de zitting en diende geen verweerschrift in, waarna de Kantonrechter het verzoek van de Gemeente toewijst.
Verweerster stelt dat zij pas op 25 januari 1999 kennis heeft genomen van de beschikking van 5 januari 1996 en dat deze niet aan haar is betekend. Zij stelt daarom dat de beroepstermijn nog niet was aangevangen toen zij op 18 februari 1999 hoger beroep instelde. De Gemeente betoogt dat verweerster niet ontvankelijk moet worden verklaard omdat de beroepstermijn al was verstreken.
De Rechtbank verklaart verweerster ontvankelijk in het hoger beroep, omdat niet is vastgesteld dat de beschikking op de voorgeschreven wijze was verzonden. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep van de Gemeente af. De Hoge Raad oordeelt dat de dag van daadwerkelijke verzending bepalend is en dat de rechtbank niet verplicht was partijen vooraf te informeren over haar onderzoek naar de verzenddatum.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Gemeente wordt verworpen en de ontvankelijkheid van het hoger beroep van verweerster wordt bevestigd.