ECLI:NL:PHR:2000:AA8893
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aanvang appeltermijn bij daadwerkelijke verzending beschikking
De Gemeente heeft bij de kantonrechter een verzoek ingediend tot terugvordering van bijstandskosten van [verweerster], die volgens de Gemeente onterecht bijstand ontving vanwege inkomsten uit werkzaamheden. De kantonrechter wees het verzoek toe, waarop [verweerster] in hoger beroep ging. Zij stelde dat zij pas later kennis had genomen van de beschikking, omdat deze niet volgens de voorgeschreven wijze was verzonden.
De rechtbank verklaarde [verweerster] ontvankelijk in haar beroep, omdat niet kon worden vastgesteld dat de beschikking op de juiste wijze was verzonden. De Gemeente stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Hoge Raad bevestigde dat de aanvang van de beroepstermijn wordt bepaald door de daadwerkelijke verzending van de beschikking door de griffier, zoals voorgeschreven in artikel 67 lid 1 van Pro de Algemene Bijstandswet (oud). De datum van het stempel is niet beslissend.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en oordeelde dat de rechtbank terecht het moment van kennisneming als uitgangspunt heeft genomen, omdat de verzending niet op de juiste wijze was gebeurd. Tevens stelde de Hoge Raad dat de rechtbank niet verplicht was partijen te informeren over de resultaten van intern onderzoek voorafgaand aan de beschikking, en dat de Gemeente voldoende gelegenheid had gehad haar standpunten naar voren te brengen.
De conclusie van de Procureur-Generaal was dat het beroep moet worden verworpen, waarmee de beslissing van de rechtbank in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Gemeente wordt verworpen en de rechtbank verklaart [verweerster] ontvankelijk in hoger beroep.