ECLI:NL:HR:2000:AA9098
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid belastingaanslag bij buitenlandse eigen woning en hypotheekrenteaftrek
Belanghebbende, een in Nederland woonachtige werknemer die in 1995 naar België verhuisde en daar een eigen woning liet bouwen, stelde bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting over het laatste kwartaal van dat jaar. Hij had hypotheekrente betaald voor de Belgische woning en wilde deze rente aftrekken van zijn in Nederland te belasten inkomen.
De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, waarna het Hof het bezwaar alsnog gegrond verklaarde en de aanslag verminderde. Het Hof oordeelde dat Nederland op grond van artikel 73D, lid 1, letter a, van het EG-verdrag onderscheid mag maken tussen belastingplichtigen met verschillende kapitaalbeleggingsplaatsen, en dat dit ook geldt voor eigen woning in het buitenland.
Belanghebbende stelde in cassatie dat het EG-verdrag discriminatieverboden bevat die Nederland verplichten de hypotheekrenteaftrek toe te staan. De Hoge Raad overwoog dat de verdeling van heffingsbevoegdheid tussen Nederland en België, zoals vastgelegd in het belastingverdrag en ondersteund door jurisprudentie van het Hof van Justitie, geen zichtbare of verkapte discriminatie oplevert.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat Nederland terecht geen rekening houdt met negatieve inkomsten uit de in België gelegen eigen woning bij de heffing van het Nederlandse inkomen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat Nederland terecht geen hypotheekrenteaftrek toepast voor de in België gelegen eigen woning.