Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2000:AA9136

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 december 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R00/031HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R. Herrmann
  • A.E.M. van der Putt-Lauwers
  • H.A.M. Aaftink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. XVI lid 2 Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking rechtbank en verwijzing geschil terugvordering bijstand naar gerechtshof

De Gemeente Kerkrade heeft een verzoekschrift ingediend bij de Kantonrechter te Heerlen om vast te stellen dat verweerder een bedrag van ƒ 6.266,73 aan ten onrechte ontvangen bijstand aan de Gemeente moet terugbetalen. De Kantonrechter wees dit verzoek toe, maar de rechtbank Maastricht vernietigde deze beschikking en verklaarde de Gemeente niet-ontvankelijk omdat de bestuursrechtelijke procedure gevolgd had moeten worden na 1 juli 1997.

De Gemeente stelde cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het besluit tot terugvordering van de bijstand was genomen vóór 1 juli 1997, terwijl het verzoekschrift na deze datum was ingediend. Op grond van artikel XVI lid 2 van de Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid was de Kantonrechter daarom wel bevoegd om kennis te nemen van het verzoek.

De Hoge Raad vernietigde de beschikking van de rechtbank Maastricht en verwees de zaak ter verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De uitspraak benadrukt de juiste toepassing van overgangsrecht en bevoegdheidsregels bij terugvordering van sociale zekerheidsuitkeringen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling.

Uitspraak

22 december 2000
Eerste Kamer
Rek.nr. R00/031HR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
DE GEMEENTE KERKRADE, gevestigd te Kerkrade,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J.E. Molenaar,
t e g e n
[Verweerder], wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 1 mei 1998 ter griffie van het Kantongerecht te Heerlen ingediend verzoekschrift heeft verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de Gemeente - zich gewend tot de Kantonrechter aldaar en verzocht vast te stellen dat verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - met ingang van de datum van de beschikking van de Kantonrechter ter zake van terug te vorderen kosten van bijstand aan de Gemeente zal hebben te voldoen een totaalbedrag van ƒ 6.266,73 hetwelk terstond kan worden ingevorderd.
Voor het verdere verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar hetgeen de Rechtbank te Maastricht in haar beschikking van 7 januari 2000 onder 3.1 heeft overwogen.
Voormelde beschikking is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de Rechtbank heeft de Gemeente beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Wesseling- van Gent strekt tot vernietiging van de beschikking van de Rechtbank van 7 januari 2000 en tot verwijzing ter verdere behandeling.
3. Beoordeling van het middel
3.1 In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten die zijn vermeld in de punten 1.1 - 1.3 van de conclusie van de Advocaat-Generaal Wesseling-van Gent.
3.2 De Kantonrechter heeft het inleidend verzoek toegewezen. Op het hoger beroep van [verweerder] heeft de Rechtbank de beschikking van de Kantonrechter vernietigd en de Gemeente alsnog niet-ontvankelijk verklaard in haar inleidend verzoek op de grond - kort en zakelijk weergegeven - dat, nu de Gemeente het inleidend verzoekschrift heeft ingediend na 30 juni 1997, de Gemeente op grond van de sinds 1 juli 1997 van kracht zijnde Wet van 25 april 1996, Stb. 248 (Wet boeten, maatregelen, en terug- en invordering sociale zekerheid) alsmede de herziene Algemene bijstandswet de bestuursrechtelijke procedure had moeten volgen.
3.3 Het middel keert zich terecht tegen voormeld oordeel van de Rechtbank. Nu in het onderhavige geval het besluit tot terugvordering van ten onrechte aan [verweerder] verleende bijstand is bekend gemaakt vóór 1 juli 1997 en het inleidend verzoekschrift is ingediend na 30 juni 1997, is ingevolge het bepaalde in art. XVI lid 2 van de Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid de Kantonrechter bevoegd kennis te nemen van het door de Gemeente gedane verzoek.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de beschikking van de Rechtbank te Maastricht van 7 januari 2000;
verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren R. Herrmann, als voorzitter, A.E.M. van der Putt-Lauwers en H.A.M. Aaftink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 22 december 2000.