ECLI:NL:HR:2001:AA9246
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij belastingaanslag
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, die na bezwaar door de Inspecteur werd verminderd. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, maar werd door de Voorzitter van de Belastingkamer van het Hof niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. Het Hof verklaarde het verzet van belanghebbende tegen deze beschikking ongegrond.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Een van de klachten was dat verzending van het beroepschrift per fax gelijkgesteld zou moeten worden aan verzending per post zoals bedoeld in artikel 6:9, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht. De Hoge Raad verwierp dit betoog omdat de wettelijke regeling alleen rekening houdt met vertraging bij postverzending, niet bij fax.
De overige klachten werden eveneens verworpen zonder nadere motivering, omdat deze niet tot rechtsontwikkeling of rechtseenheid zouden leiden. De Hoge Raad oordeelde dat geen gronden bestonden voor een veroordeling in proceskosten en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard wegens termijnoverschrijding; faxverzending wordt niet gelijkgesteld aan postverzending.