ECLI:NL:HR:2001:AA9394
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E. de Moor
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting voor muziekleraar met winstbejag
Belanghebbende, die sinds de jaren zeventig als zelfstandig muziekleraar werkzaam is, behaalde over de jaren 1988 tot en met 1991 positieve netto-inkomsten. Ondanks deze winst heeft hij nooit aangifte omzetbelasting gedaan. Na een boekenonderzoek in 1993 legde de Inspecteur een naheffingsaanslag omzetbelasting op, die na bezwaar en beroep bij het Hof werd gehandhaafd.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende winst beoogde in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968, mede gelet op de hoogte van de behaalde netto-inkomsten en het feit dat hij met zijn werkzaamheden in zijn levensonderhoud voorzag. Belanghebbende stelde in cassatie dat het Hof onterecht het neutraliteitsbeginsel had geschonden door de vrijstelling voor omzetbelasting alleen toe te passen op rechtspersonen, maar dit middel werd verworpen.
De Hoge Raad bevestigde dat de Wet en de Zesde richtlijn onderscheid maken tussen winst- en niet-winstbeogende ondernemers, zonder dat dit strijd oplevert met het neutraliteitsbeginsel. Ook het beroep op het arrest Gregg en Gregg van het Hof van Justitie werd verworpen omdat dit geen uitsluitsel geeft over de Nederlandse voorwaarde van geen winst beogen. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting wegens winstbeoging.