ECLI:NL:HR:2001:AB0158
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt fiscale winstbepaling bij optierechten in vennootschapsbelasting
Belanghebbende kreeg voor het boekjaar 1991/1992 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, die na bezwaar werd verminderd. Het Hof vernietigde deze vermindering en handhaafde de aanslag zoals ambtshalve vastgesteld. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad beoordeelde of bij de fiscale winstbepaling de waardemutaties van optierechten na de toekenning in aanmerking genomen moeten worden. Het Hof had geoordeeld dat alleen de waarde bij toekenning relevant is, en waardemutaties daarna niet. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verklaarde dat transacties tussen de optierechtshouder en de vennootschap buiten de winstsfeer vallen, evenals het resultaat op aandelen die zijn ingekocht om aan de optieverplichting te voldoen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van belanghebbende en achtte geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het voorwaardelijk incidentele beroep van de Staatssecretaris werd niet behandeld omdat de voorwaarde niet was vervuld.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting wordt gehandhaafd.