ECLI:NL:GHSGR:2011:BU5875
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag vennootschapsbelasting wegens vrijval vervangingsreserve
Belanghebbende, een Nederlandse BV, vormde een vervangingsreserve voor verkoopwinsten van in Nederland gelegen onroerende zaken in 1998 en 1999. In 2001 werd deze vervangingsreserve omgezet in een agioreserve, waarna de Inspecteur een navorderingsaanslag oplegde wegens het ontbreken van het vervangingsvoornemen.
Belanghebbende betwistte het bestaan van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt en stelde dat zij sinds 1995 feitelijk in Luxemburg gevestigd is, waardoor de winst niet in Nederland belast zou mogen worden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hof bevestigde dit oordeel.
Het hof oordeelde dat de vervangingsreserve vrijvalt en tot winst leidt die in Nederland belast mag worden, ook als belanghebbende feitelijk in Luxemburg is gevestigd. De navordering is gerechtvaardigd omdat de Inspecteur pas na de oorspronkelijke aanslag kennis kreeg van het vervangingsvoornemen dat was komen te vervallen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over 2001 wegens vrijval van de vervangingsreserve.