ECLI:NL:HR:2001:AB0377
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid ziekenhuis en chirurg wegens niet-naleving anti-stollingsprotocol na knieoperatie
De zaak betreft een patiënt die in juni 1992 een arthroscopie aan de linkerknie onderging in het Medisch Centrum Leeuwarden (MCL), waarbij een deel van de meniscus werd verwijderd. Volgens het binnen het MCL geldende protocol diende bij een dergelijke ingreep een anti-stollingsmiddel te worden toegediend, wat in deze situatie niet is gebeurd. Kort na de operatie werd trombose vastgesteld in het linkerbeen en later ook in het rechterbeen.
De patiënt stelde MCL en de behandelend chirurg aansprakelijk wegens toerekenbare tekortkoming en onrechtmatige daad wegens het niet naleven van het protocol. De rechtbank oordeelde dat het verband tussen de ingreep en de trombose aannemelijk was en liet de patiënt toe bewijs te leveren dat trombose voorkomen had kunnen worden met anti-stollingsmiddelen. Het hof vernietigde dit vonnis en gaf MCL c.s. een bewijsopdracht om aan te tonen dat trombose ook zonder het nalaten van de anti-stollingsbehandeling zou zijn ontstaan.
In cassatie betoogde MCL c.s. onder meer dat het protocol geen bindende veiligheidsnorm was en dat er binnen de beroepsgroep geen consensus bestond over de noodzaak van anti-stollingsmiddelen. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het protocol berust op consensus binnen het ziekenhuis en dat het niet naleven daarvan een toerekenbare tekortkoming is. Het hof mocht het protocol als veiligheidsnorm aanmerken, waardoor het causaal verband tussen het niet toepassen van de anti-stollingsmiddelen en de trombose in beginsel gegeven is. MCL c.s. werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van MCL c.s. wordt verworpen en zij worden aansprakelijk gehouden voor de schade door het niet naleven van het anti-stollingsprotocol.