ECLI:NL:HR:2001:AB0400
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- Rechtspraak.nl
Vermindering geldboete en vervangende hechtenis wegens termijnoverschrijding in strafzaak
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof Arnhem de verdachte vrijgesproken van een tenlastelegging en veroordeeld tot een geldboete en vervangende hechtenis wegens het medeplegen van het onttrekken van goederen aan de boedel van een failliete rechtspersoon.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, waarbij hij onder meer klaagde over de overschrijding van de redelijke termijn van berechting zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad overwoog dat tussen het instellen van het cassatieberoep en het ontvangen van de stukken bij de Hoge Raad tien maanden waren verstreken zonder bijzondere omstandigheden die dit konden rechtvaardigen.
Hierdoor oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn was overschreden, hetgeen een gegrond middel opleverde. Dit leidde tot vernietiging van het arrest voor zover het de straf betreft en tot vermindering van de opgelegde geldboete en vervangende hechtenis. Het beroep werd voor het overige verworpen. De Hoge Raad bevestigde tevens dat het hof terecht het verweer van niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie had verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de geldboete tot 6.750 gulden en de vervangende hechtenis tot 63 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.