ECLI:NL:HR:2001:AB1056
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over kennelijk onredelijk ontslag en sociaal plan bij reorganisatie
Eiser was sinds 1980 in dienst bij verweerster en werd in 1995 ontslagen vanwege een reorganisatie. Hij vorderde een verklaring voor recht dat zijn ontslag kennelijk onredelijk was en een aanvullende vergoeding, omdat het sociaal plan onvoldoende compensatie bood voor zijn leeftijd en dienstjaren.
De Kantonrechter oordeelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en kende de gevorderde vergoeding toe. De Rechtbank vernietigde dit vonnis en wees de vordering af, stellende dat het sociaal plan met instemming van de vakbonden een goed kader vormde en dat de gevolgen van het ontslag niet te ernstig waren in verhouding tot het belang van verweerster.
De Hoge Raad overweegt dat het sociaal plan weliswaar bijzondere betekenis heeft, maar niet zo ver strekt dat de bescherming tegen kennelijk onredelijk ontslag volledig wordt uitgesloten. De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de Rechtbank en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling, met name over de vraag of de specifieke situatie van eiser een afwijking van het sociaal plan rechtvaardigt.
De Hoge Raad wijst erop dat de Rechtbank onvoldoende heeft onderzocht of omstandigheden zoals de afschaffing van de PTP-toeslag en de positie van eiser ten tijde van het ontslag konden worden verwacht. Het incidentele beroep van verweerster wordt verworpen. De Hoge Raad veroordeelt verweerster in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de Rechtbank en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling over het kennelijk onredelijk ontslag.