ECLI:NL:PHR:2001:AB1056
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over de bindende kracht en afwijking van een sociaal plan bij ontslag
De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en zijn werkgever over de toepassing en de bindende kracht van een sociaal plan bij ontslag. De werknemer, die na een reorganisatie werd ontslagen, stelde dat het sociaal plan onvoldoende rekening hield met zijn leeftijd en dienstjaren, waardoor het ontslag kennelijk onredelijk was. De kantonrechter oordeelde aanvankelijk in het voordeel van de werknemer, maar de rechtbank vernietigde dit oordeel en wees de vordering af.
De Hoge Raad overwoog dat een sociaal plan dat door werkgever en vakbonden is overeengekomen in principe bindend is voor de werknemer, tenzij toepassing ervan in zijn specifieke geval duidelijk onredelijk is. De Hoge Raad benadrukte dat afwijking van het sociaal plan slechts gerechtvaardigd is bij bijzondere omstandigheden, zoals onvoldoende verdiscontering van persoonlijke omstandigheden van de werknemer.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor hernieuwde beoordeling, waarbij de rechter alle relevante omstandigheden moet meewegen. Tevens werd vastgesteld dat het sociaal plan niet per definitie een cao is en dat het niet als vaststellingsovereenkomst geldt. De Hoge Raad gaf aan dat het sociaal plan wel degelijk zwaarwegend is, maar dat individuele afwijkingen mogelijk zijn als de toepassing evident onbillijk is.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de kennelijk onredelijkheid van het ontslag en de toepassing van het sociaal plan.