ECLI:NL:HR:2001:AB1057
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over bewijs en koopovereenkomst woning
In deze zaak ging het om een geschil tussen eiser en verweerster over de vraag of een koopovereenkomst was gesloten voor de verkoop van een woning. Eiser vorderde betaling van een boete, schadevergoeding en kostenvergoeding wegens wanprestatie. De Rechtbank had vastgesteld dat een koopovereenkomst was gesloten, maar wees de vorderingen af wegens het ontbreken van ingebrekestelling. Het Hof Den Haag oordeelde vervolgens dat geen koopovereenkomst tot stand was gekomen, mede op basis van art. 213 lid 1 Rv Pro. dat de verklaring van een partij-getuige zonder aanvullend bewijs niet voldoende is.
Eiser stelde cassatie in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte niet had meegewogen dat eiser subsidiair had gesteld dat verweerster was gebonden door de mededeling van haar makelaar dat het bod was aanvaard. Dit subsidiaire standpunt had het Hof ook moeten behandelen vanwege de devolutieve werking van hoger beroep. Verder oordeelde de Hoge Raad dat de toepassing van art. 213 lid 1 Rv Pro. niet in strijd was met het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in art. 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof Den Haag en verwees de zaak naar het Hof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing. Verweerster werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof en verwijst zaak naar Hof Amsterdam voor verdere behandeling.