ECLI:NL:HR:2001:AB1516
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- A.M.M. Orie
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor overtreding identificatie- en registratievoorschriften runderen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin de verdachte werd veroordeeld voor het aanwezig hebben van niet-gemerkte runderen in haar landbouwonderneming. De Hoge Raad vernietigt het arrest uitsluitend voor wat betreft de kwalificatie van het bewezenverklaarde feit en kwalificeert dit als veertien maal gepleegde overtreding van een voorschrift krachtens artikel 93 van Pro de Wet op de bedrijfsorganisatie.
De zaak draait om de implementatie van de Europese Richtlijn 92/102/EEG betreffende identificatie en registratie van dieren. De Hoge Raad oordeelt dat de nationale verordening van 1996 reeds een wettelijke basis bood voor de strafbaarheid van het niet gemerkt hebben van runderen, en dat het latere Besluit van 1997 dit niet als eerste implementatie kan worden gezien.
De verdediging voerde aan dat de verordening onverbindend zou zijn omdat deze niet op medebewind van de nationale overheid zou zijn gebaseerd, maar dit verweer wordt verworpen. De Hoge Raad bevestigt dat de verordening rechtsgeldig is en dat de strafbare feiten terecht zijn vastgesteld.
De Hoge Raad wijzigt de kwalificatie van het bewezenverklaarde feit om het aantal overtredingen (veertien) te weerspiegelen, maar laat de rest van het arrest in stand, inclusief de opgelegde voorwaardelijke geldboete. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete voor veertien maal gepleegde overtreding van identificatie- en registratievoorschriften voor runderen.