ECLI:NL:HR:2001:AB1555
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Nietigheid en vergoeding bij onrechtmatige tariefstelling AICD-implantatie in ziekenhuis
In deze zaak gaat het om een geschil tussen het Academisch Ziekenhuis Leiden (AZL) en de ziektekostenverzekeraar OZF over de betaling van kosten voor de implantatie van een automatische implanteerbare cardiale defibrillator (AICD) bij een patiënt. Het AZL bracht een tarief in rekening dat niet was goedgekeurd volgens de Wet tarieven gezondheidszorg (WTG). OZF weigerde deze kosten te betalen, waarna het AZL een vordering instelde.
De rechtbank en het gerechtshof wezen de vordering van het AZL grotendeels toe, maar bevestigden ook dat het in rekening brengen van het niet-goedgekeurde tarief in strijd was met art. 2 lid 1 WTG Pro. De Hoge Raad bevestigde dat het AZL geen tarief mocht rekenen dat niet door het College tariefstelling gezondheidszorg (COTG) was goedgekeurd, waardoor het tarief onrechtmatig was.
De Hoge Raad oordeelde dat de overeenkomst tot implantatie van de AICD een verboden strekking had en daarom nietig was. Omdat de aard van de prestatie ongedaan maken niet toestond, moest vergoeding van de waarde van de prestatie plaatsvinden op grond van art. 6:210 lid 2 BW Pro. OZF werd als ontvanger van de prestatie beschouwd en was gehouden tot vergoeding van de waarde van de geleverde diensten.
De Hoge Raad verwierp het beroep van OZF en bevestigde dat het AZL terecht de vergoeding van de waarde van de prestatie kon vorderen, ondanks het ontbreken van een rechtsgeldig tarief. Tevens werd het beroep van het AZL in incidenteel beroep afgewezen en de proceskosten werden deels gecompenseerd. De uitspraak benadrukt de toepassing van de WTG en de gevolgen van het in rekening brengen van niet-goedgekeurde tarieven in de gezondheidszorg.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het ziekenhuis geen niet-goedgekeurd tarief mocht rekenen en dat vergoeding van de waarde van de prestatie verschuldigd is.