ECLI:NL:HR:2001:AB1976
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep ongegrond in zaak over inkomstenbelastingaanslag 1992
Belanghebbende was in beroep gegaan tegen een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 1992, die was vastgesteld op een belastbaar inkomen van ƒ 62.792. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch vernietigde deze uitspraak, maar werd door de Hoge Raad op 24 augustus 1999 terugverwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.
Het Hof Arnhem vernietigde vervolgens de aanslag en stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 59.521. Belanghebbende stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.
De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Hiermee werd het arrest van het Gerechtshof Arnhem bekrachtigd en bleef de aanslag verminderd tot het lagere belastbare inkomen van ƒ 59.521 in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Arnhem bekrachtigd.