ECLI:NL:HR:2001:AB1976

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 juni 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
36343
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.W.G.M. van Brunschot
  • D.G. van Vliet
  • P. Lourens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 6 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep ongegrond in zaak over inkomstenbelastingaanslag 1992

Belanghebbende was in beroep gegaan tegen een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 1992, die was vastgesteld op een belastbaar inkomen van ƒ 62.792. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch vernietigde deze uitspraak, maar werd door de Hoge Raad op 24 augustus 1999 terugverwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.

Het Hof Arnhem vernietigde vervolgens de aanslag en stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 59.521. Belanghebbende stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.

De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Hiermee werd het arrest van het Gerechtshof Arnhem bekrachtigd en bleef de aanslag verminderd tot het lagere belastbare inkomen van ƒ 59.521 in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Arnhem bekrachtigd.

Uitspraak

Nr. 36343
6 juni 2001
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 2 mei 2000, nr. 99/1963, betreffende na te melden aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Aanslag en bezwaar
Aan belanghebbende is voor het jaar 1992 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van f 62.792, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
2. Loop van het geding tot dusverre
Belanghebbende is tegen de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch. De uitspraak van dit hof van 23 februari 1998 is op het beroep van belanghebbende bij arrest van de Hoge Raad van 24 augustus 1999, nr. 34331, BNB 1999/392, vernietigd, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof te Arnhem (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak in meervoudige kamer met inachtneming van dat arrest.
Het Hof heeft de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 59.521. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
3. Het tweede geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer F.W.G.M. van Brunschot als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet en P. Lourens, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.M. van Hooff, en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2001.