ECLI:NL:HR:2001:AB2196

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 juni 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00246/00
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Wegenverkeerswet 1994Art. 426d Sv
Verwijzingen
1 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling wegens overtreding Wegenverkeerswet met boete en rijontzegging

In deze strafzaak werd de verdachte in hoger beroep door het Gerechtshof te Leeuwarden veroordeeld wegens overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994. Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de Politierechter en legde een geldboete van 1.350 gulden op, subsidiair 27 dagen hechtenis, en een rijontzegging van negen maanden.

De verdachte stelde geen middelen van cassatie voor, maar maakte wel beroep in cassatie. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat er geen ambtshalve gronden waren om de bestreden uitspraak te vernietigen.

Daarom werd het cassatieberoep verworpen en bleef de veroordeling in stand. De uitspraak bevestigt de strafrechtelijke sancties bij overtredingen van de Wegenverkeerswet en benadrukt het belang van de rechtsgang in hoger beroep en cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte werd verworpen, waardoor de veroordeling met geldboete, hechtenis en rijontzegging in stand bleef.

Uitspraak

19 juni 2001
Strafkamer
nr. 00246/00
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 22 november 1999, parketnummer 24/000484-99, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Groningen van 11 mei 1999 - de verdachte ter zake van “overtreding van artikel 8, tweede lid aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994” veroordeeld tot een geldboete van éénduizenddriehonderdvijftig gulden, subsi-diair zevenentwintig dagen hechtenis, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van negen maanden.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad oordeelt geen grond aanwezig waarop de
bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd. Daarom moet het cassatieberoep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren F.H. Koster en E.J. Numann, in bijzijn van de waarnemend-griffier H.H.A. de Nijs, en uitgesproken op 19 juni 2001.