ECLI:NL:HR:2001:AB2432
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over bewijslastverdeling bij arbeidsongeval en redelijkheid en billijkheid
Op 6 juni 1992 raakte een werknemer, in dienst van Industromontaza, tijdens werkzaamheden aan boord van het schip "Nedlloyd Neerlandia" gewond aan zijn knie door een val. De werknemer stelde Industromontaza aansprakelijk voor de schade en vorderde vergoeding. De Kantonrechter en de Rechtbank te Rotterdam stelden dat Industromontaza de bewijslast droeg voor de toedracht van het ongeval en de genomen voorzorgsmaatregelen.
Industromontaza betwistte de toedracht van het ongeval en stelde dat de werknemer onvoldoende bewijs had geleverd. De Rechtbank bekrachtigde het tussenvonnis dat Industromontaza bewijs moest leveren van haar stellingen. De Hoge Raad oordeelde dat de bijzondere bewijslastverdeling in art. 7:658 lid 2 BW Pro niet zonder meer betekent dat de werkgever de toedracht van het ongeval moet bewijzen, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen.
De Hoge Raad stelde vast dat de Rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de door de werknemer verstrekte rapporten onvoldoende bewijs zouden zijn van de toedracht van het ongeval. Daarom vernietigde de Hoge Raad het vonnis en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt vonnis en verwijst zaak naar gerechtshof voor verdere behandeling.