ECLI:NL:HR:2001:AB2576
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Teruggave van verlovingsgeschenken onder opschortende voorwaarde huwelijk
In deze zaak stond de vraag centraal of sieraden en munten, geschonken bij een verloving onder de voorwaarde dat het huwelijk zou plaatsvinden, teruggevorderd kunnen worden nadat de verloving werd beëindigd.
De goederen waren door de schenker aan het toekomstige bruidspaar gegeven, maar de verloving werd ontbonden. De eiseres hield de goederen onder zich, terwijl de verweerder vorderde dat deze binnen een bepaalde termijn zouden worden teruggegeven of dat een schadevergoeding zou worden betaald.
De rechtbank wees de vordering grotendeels af, maar het hof oordeelde dat de schenking onder de opschortende voorwaarde van het huwelijk was gedaan en dat de goederen teruggegeven moesten worden of dat een vergoeding betaald moest worden. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep, waarbij werd benadrukt dat rechtshandelingen onder opschortende voorwaarden kunnen worden verricht, ook bij schenking.
De Hoge Raad veroordeelde de eiseres tot betaling van de kosten van het cassatiegeding en bevestigde de eerdere uitspraak van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot teruggave of schadevergoeding van de verlovingsgeschenken wordt bevestigd.