ECLI:NL:HR:2001:AB2595
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt juiste vaststelling successierechten na bezwaar tegen vermindering aanslagen
Belanghebbenden, de kinderen van de erflaatster, kregen aanslagen in het recht van successie opgelegd naar aanleiding van hun verkrijging uit de nalatenschap van hun moeder, overleden in 1995. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslagen, maar het Hof te 's-Hertogenbosch vernietigde deze en verminderde de aanslagen aanzienlijk.
De Staatssecretaris van Financiën stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtshandelingen bij akte van 19 december 1990, waarbij de erflaatster zich het persoonlijk gebruiksrecht voorbehoud en een leenschuld werd omgezet, slechts een tegenprestatie van ƒ55.178 opleverden. Dit bedrag mocht in mindering worden gebracht op de waarde van het appartementsrecht voor de successierechten.
Verder concludeerde de Hoge Raad dat er geen sprake was van dubbele heffing van schenkingsrecht, zodat verrekening op grond van artikel 10 lid 4 van Pro de Successiewet niet aan de orde was. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en bevestigde de aanslagen zoals vastgesteld door de Inspecteur, zonder proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en vier raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2001.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt de aanslagen in het recht van successie zoals vastgesteld door de Inspecteur.