ECLI:NL:HR:2001:AB2778

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 november 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C00/019HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • C.H.M. Jansen
  • J.B. Fleers
  • A.G. Pos
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a RO
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in civiele procedure tussen eiseres en woningstichting De Combinatie

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van eiseres verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Het geschil betrof een civiele procedure tussen eiseres en woningstichting De Combinatie. Eerder had de Hoge Raad het vonnis van de rechtbank Rotterdam vernietigd en verwezen naar het hof voor verdere behandeling.

Na verdere procedure heeft het hof het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. Eiseres stelde vervolgens cassatieberoep in tegen dit arrest. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling speelden.

De Hoge Raad veroordeelde eiseres in de kosten van het cassatiegeding en sprak het arrest uit op 2 november 2001. Hiermee kwam een einde aan het geding tussen partijen in deze civiele zaak.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

2 november 2001
Eerste Kamer
Nr. C00/019HR
AP
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres], wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. F.M. Wachter,
t e g e n
de stichting WONINGSTICHTING DE COMBINATIE, voorheen de vereniging Woningbouwvereniging De Combinatie, gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. L.A. van der Niet.
1. Het geding in voorgaande instanties
De Hoge Raad verwijst voor het verloop van dit geding tussen eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - en verweerster in cassatie - verder te noemen: De Combinatie - naar zijn arrest van 27 februari 1998.
Bij dat arrest heeft de Hoge Raad het vonnis van de Rechtbank te Rotterdam van 30 mei 1996 vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Nadat De Combinatie [eiseres] had opgeroepen om verder te procederen en beide partijen een memorie na verwijzing hadden genomen, heeft het Hof bij arrest van 7 oktober 1999 het aangevallen vonnis van de Kantonrechter van 15 maart 1995 bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het tweede geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Combinatie heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal A.S. Hartkamp strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Combinatie begroot op ƒ 3.237,30 aan verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, J.B Fleers en A.G. Pos, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 2 november 2001.