ECLI:NL:PHR:2001:AB2778

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
2 november 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C00/019HR
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:685 BWArt. 7:681 BW
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep wegens kennelijk onredelijk ontslag en goed werkgeverschap

Eiseres stelde dat Stichting Woningstichting De Combinatie zich niet als een goed werkgeefster had gedragen, wat zou hebben geleid tot haar arbeidsongeschiktheid, en dat het aan haar verleende ontslag kennelijk onredelijk was. Na vernietiging van een eerdere uitspraak wegens motiveringsgebreken, wees het Gerechtshof Den Haag de grieven van eiseres af en bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter.

Eiseres stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad met een middel bestaande uit motiveringsklachten. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk was en dat de klachten faalden, mede omdat eiseres niet duidelijk had aangegeven waar in de gedingstukken de door haar genoemde stellingen waren terug te vinden.

De conclusie van de Procureur-Generaal strekte tot verwerping van het beroep, en de Hoge Raad volgde dit advies. Daarmee bleef het oordeel van het hof dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was en dat de werkgever zich als goed werkgeefster had gedragen, in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen, het ontslag blijft in stand.

Conclusie

Mr. A.S. Hartkamp
nr. C00/019HR
zitting 22 juni 2001
Conclusie inzake
[Eiseres]
tegen
Stichting Woningstichting De Combinatie
Edelhoogachtbaar College,
Uw Raad heeft bij arrest van 27 febr. 1998, NJ 1998, 765 wegens motiveringsgebreken het vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam vernietigd, waarbij was beslist dat de kantonrechter terecht de vordering van de eiseres tot cassatie ([eiseres]) had afgewezen. Die vordering was gebaseerd op de stellingen dat de Combinatie (verweerster in cassatie) zich jegens haar niet als een goed werkgeefster had gedragen, als gevolg waarvan zij arbeidsongeschikt was geworden, en dat het haar verleende ontslag kennelijk onredelijk was.
Na verwijzing heeft het Gerechtshof te Den Haag bij arrest van 7 oktober 1999 de grieven tegen het vonnis van de kantonrechter verworpen en dat vonnis bekrachtigd.
[Eiseres] heeft tegen dat arrest tijdig beroep in cassatie ingesteld en een uit vier onderdelen opgebouwd middel van cassatie aangevoerd. De Combinatie heeft tot verwerping van het beroep geconcludeerd, waarna partijen de zaak schriftelijk hebben toegelicht.
Het middel bestaat uit motiveringsklachten. De klachten falen m.i. omdat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is. Waar het middel klaagt dat het hof niet is ingegaan op bepaalde stellingen, faalt het reeds omdat niet wordt aangegeven waar die stellingen in de gedingstukken te vinden zijn.
Conclusie
De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden