ECLI:NL:HR:2001:AB2794

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 oktober 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C99/192HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • P. Neleman
  • J.B. Fleers
  • H.A.M. Aaftink
  • O. de Savornin Lohman
  • P.C. Kop
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 FaillissementswetArt. 101a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in kort geding tegen ABN AMRO over rekening en verantwoording

Eisers, waaronder een stichting en crediteuren van een failliete B.V., vorderden in kort geding van ABN AMRO dat zij binnen veertien dagen een rekening en verantwoording zouden afleggen. De voorzieningenrechter wees dit af, wat door eisers werd bekrachtigd in hoger beroep. Vervolgens stelden zij cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt de eisers in de kosten van het geding.

De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van de lagere rechterlijke instanties en maakt duidelijk dat de vordering van eisers niet toewijsbaar is. De zaak betreft een civielrechtelijk geschil binnen het insolventierecht en de procesrechtelijke aspecten van kort geding en cassatie.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de eerdere afwijzing van de vordering tegen ABN AMRO.

Uitspraak

12 oktober 2001
Eerste Kamer
Nr. C99/192HR
AP
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1], wonende te [woonplaats],
2. [A] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],
3. DE COMMISSIE VAN SCHULDEISERS IN HET FAILLISSEMENT [A] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. R.G.E. de Vries,
t e g e n
ABN AMRO BANK N.V., gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. G. Snijders.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eisers tot cassatie - verder gezamenlijk te noemen: [eiser] c.s. -, de stichting Stichting Administratiekantoor Westland Industries in de hoedanigheid van crediteur van [A] b.v. en [betrokkene B] in de hoedanigheid van crediteur van [A] b.v. hebben bij exploiten van 17 en 21 juli 1998 verweerder in cassatie - verder te noemen: ABN AMRO - in kort geding gedagvaard voor de President van de Rechtbank te Amsterdam en - voorzover in cassatie van belang - gevorderd ABN AMRO te gebieden om binnen 14 dagen, oftewel binnen een termijn die de President geraden acht, een rekening en verantwoording aan de toenmalige eisers te doen uitbrengen, een en ander onder verbeurte van een dwangsom van ƒ 1.000,-- voor iedere dag dat ABN AMRO na betekening van het in deze te wijzen vonnis met de tenuitvoerlegging ervan in gebreke blijft of daarmee in strijd handelt.
ABN AMRO heeft de vordering bestreden.
De President heeft bij vonnis van 3 september 1998 de gevraagde voorzieningen geweigerd.
Tegen dit vonnis hebben [eiser] c.s. alsmede de stichting Administratiekantoor Westland Industries in de hoedanigheid van crediteur van [A] b.v. en [betrokkene B] in de hoedanigheid van crediteur van [A] b.v. hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 25 maart 1999 heeft het Hof het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
ABN AMRO heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor ABN AMRO mede door mr. W.I. Wisman, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij op 15 juni 2001 bij de Hoge Raad ingekomen schrijven op de conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op ƒ 632,20 aan verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, H.A.M. Aaftink, O. de Savornin Lohman en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 12 oktober 2001.