ECLI:NL:HR:2001:AB3105
Hoge Raad
- Cassatie
- C.H.M. Jansen
- J.B. Fleers
- A.G. Pos
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Ontbinding aannemingsovereenkomst en veroordeling tot betaling door Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een geschil tussen eiser en verweerder omtrent een aannemingsovereenkomst gesloten op of omstreeks 30 december 1986. Na eerdere procedures vernietigde de Hoge Raad in 1996 een arrest van het gerechtshof en verwees de zaak voor verdere behandeling naar het hof te Arnhem.
Het hof vernietigde vervolgens het vonnis van de rechtbank Maastricht uit 1988 en ontbond de aannemingsovereenkomst. Tevens werd eiser veroordeeld tot betaling van ƒ 370.000,-- vermeerderd met wettelijke rente vanaf 9 oktober 1991 aan verweerder. Tegen deze uitspraken stelde eiser cassatieberoep in, terwijl verweerder niet verscheen en verstek werd verleend.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen. Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontbinding van de aannemingsovereenkomst met veroordeling tot betaling blijft in stand.