ECLI:NL:PHR:2001:AB3105
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontbinding aannemingsovereenkomst na faillissement bouwer motorkruiser en terugbetaling aanneemsom
Deze zaak betreft een geschil over de bouw van een motorkruiser waarbij de bouwer failliet ging voordat het schip werd opgeleverd. Partijen waren overeengekomen dat eiser een motorkruiser zou bouwen voor verweerder, die reeds een groot deel van de aanneemsom had betaald. Na faillissement van eiser vroeg verweerder ontbinding van de overeenkomst en terugbetaling van het betaalde bedrag.
De rechtbank en het hof spraken de ontbinding uit en veroordeelden eiser tot terugbetaling van de reeds betaalde som. De curator van het faillissement deed de overeenkomst niet gestand, waardoor deze ex nunc werd ontbonden op grond van het oude art. 37 Faillissementswet Pro. De Hoge Raad bevestigde dat de ontbinding geen terugwerkende kracht heeft, maar dat de wederpartij aanspraak kan maken op schadevergoeding en terugbetaling van reeds betaalde bedragen.
De Hoge Raad verwierp het verweer van eiser dat verweerder als eerste in verzuim was en dat algemene voorwaarden (Smecoma-voorwaarden) de ontbinding zouden uitsluiten. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de wettelijke rente tijdens het faillissement doorloopt en ten laste van de schuldenaar blijft, hoewel deze niet ter verificatie in het faillissement kan worden ingediend.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen van eiser en bevestigde het oordeel van het hof dat verweerder recht heeft op terugbetaling van de aanneemsom na ontbinding van de overeenkomst wegens faillissement van de bouwer.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt ontbinding van de aannemingsovereenkomst en veroordeelt eiser tot terugbetaling van f 370.000,- met wettelijke rente.