ECLI:NL:HR:2001:AB3224
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek van kosten voor niet-beroepsmatige kinderopvang in inkomstenbelasting
Belanghebbende, werkzaam als boordwerktuigkundige, maakte kosten voor kinderopvang van zijn minderjarige zoon tijdens zijn werkperiodes. De Inspecteur weigerde deze kosten in aftrek te nemen bij de aanslag inkomstenbelasting over 1996. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat kosten van kinderopvang volgens vaste jurisprudentie tot de inkomensbesteding behoren en niet tot inkomensverwerving.
De Hoge Raad bevestigt deze lijn en benadrukt dat aftrek van kosten voor kinderopvang slechts mogelijk is indien sprake is van beroepsmatige kinderopvang zoals omschreven in de wet en uitvoeringsregeling. Omdat in het onderhavige geval de opvang niet als beroepsmatig kan worden aangemerkt, is aftrek niet toegestaan.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het gelijkheidsbeginsel niet wordt geschonden wanneer kosten voor niet-beroepsmatige opvang worden uitgesloten, ook niet als er geen beroepsmatige opvang beschikbaar is. De wetgever heeft dit onderscheid bewust gemaakt vanwege fraude- en controleaspecten, wat een objectieve en redelijke rechtvaardiging vormt.
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en wijst proceskostenveroordeling af. Hiermee blijft de aanslag en de weigering tot aftrek van de kosten voor kinderopvang ongewijzigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat kosten voor niet-beroepsmatige kinderopvang niet aftrekbaar zijn.