ECLI:NL:HR:2001:AD3982

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 december 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C01/230HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R. Herrmann
  • A.E.M. van der Putt-Lauwers
  • H.A.M. Aaftink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 75 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van de instantie en veroordeling in proceskosten wegens niet verschijnen in cassatie

Eiser stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof en stelde SNS in kennis van dit beroep. Op de eerste geplande zitting van de Hoge Raad verscheen geen van beide partijen, waarna de zaak werd aangehouden. Op de nieuwe zittingsdatum verscheen SNS wel, maar eiser wederom niet. SNS verzocht om verstek tegen eiser te verlenen.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot verstekverlening tegen eiser en ontslag van SNS van de instantie, met veroordeling van eiser in de proceskosten. De Hoge Raad verleende verstek tegen eiser en ontsloeg SNS van de instantie, waarbij eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

De uitspraak benadrukt het belang van verschijnen in cassatieprocedures en bevestigt de toepassing van artikel 75 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bij digitale procedures.

Uitkomst: Hoge Raad verleent verstek tegen eiser en ontslaat SNS van de instantie met veroordeling van eiser in de proceskosten.

Uitspraak

7 december 2001
Eerste Kamer
Nr. C01/230HR
CP
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
niet verschenen,
t e g e n
SNS AUTOMOTIVE N.V., tevens handelende onder de naam Expert Lease, gevestigd te Culemborg,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.
1. Het geding in cassatie
1.1 Bij exploit van 19 juni 2001 heeft eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - aan verweerster in cassatie - verder te noemen: SNS - aangezegd dat hij beroep in cassatie instelt tegen het tussen partijen in hoger beroep gewezen en op 20 maart 2001 uitgesproken arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch en voorts SNS gedagvaard om op vrijdag 17 augustus 2001 te verschijnen ter terechtzitting van de Hoge Raad. Op die dag had de Hoge Raad geen zitting zodat de zaak niet ter rolle kon worden ingeschreven.
Bij exploit van 17 augustus 2001 heeft [eiser] aan SNS aangezegd dat, onder uitdrukkelijke instandhouding van het reeds uitgebrachte exploit, het tijdstip waarop partijen moeten verschijnen is gewijzigd in 7 september 2001 en SNS opgeroepen op die dag ter terechtzitting te verschijnen.
1.2 Ter zitting van 7 september 2001 zijn beide partijen niet verschenen. Daarop heeft de Rolraadsheer de zaak veertien dagen aangehouden tot de terechtzitting van 21 september 2001 om [eiser] in de gelegenheid te stellen alsnog te verschijnen.
1.3 Na uitroeping van de zaak ter terechtzitting van 21 september 2001 is vastgesteld dat SNS wel, doch [eiser] wederom niet was verschenen. SNS heeft verzocht tegen [eiser] verstek te verlenen.
1.4 De Advocaat-Generaal L. Strikwerda heeft geconcludeerd dat tegen [eiser] verstek wordt verleend en dat SNS van de instantie wordt ontslagen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.
1.5 De Rolraadsheer heeft ter terechtzitting van 21 september 2001 verstek verleend tegen de niet verschenen [eiser] en de zaak naar de Eerste Meervoudige Kamer van de Hoge Raad verwezen voor een beslissing omtrent het ontslag van de instantie van SNS.
1.6 De Hoge Raad zal op grond van het bepaalde in art. 75 Rv Pro. SNS van de instantie ontslaan met veroordeling van [eiser] in de kosten van het geding in cassatie.
2. Beslissing
De Hoge Raad ontslaat SNS van de instantie;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SNS begroot op ƒ 735,-- aan verschotten en ƒ 500,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren R. Herrmann, als voorzitter, A.E.M. van der Putt-Lauwers en H.A.M. Aaftink, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer A. Hammerstein op 7 december 2001.