ECLI:NL:PHR:2001:AD3982

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
7 december 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C01/230HR
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 75 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekverlening en ontslag van de instantie wegens niet-verschijnen eiser in cassatieprocedure

Eiser heeft SNS Automotive N.V. gedagvaard om te verschijnen in een cassatieprocedure bij de Hoge Raad tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Na een eerste oproep voor de zitting op 17 augustus 2001 is het tijdstip gewijzigd naar 7 september 2001. Op beide zittingen verschenen partijen niet. De zaak werd daarop aangehouden tot de zitting van 21 september 2001 om eiser alsnog de gelegenheid te geven te verschijnen.

Op 21 september 2001 verscheen SNS wel, maar eiser wederom niet. SNS verzocht verstek te verlenen tegen eiser. Volgens artikel 75 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dient verstek te worden verleend indien de partij, ondanks gelegenheid tot herstel van verzuim, niet verschijnt.

De Hoge Raad concludeert dat verstek tegen eiser moet worden verleend, SNS van de instantie wordt ontslagen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. Dit volgt uit de toepasselijke wettelijke bepalingen en eerdere jurisprudentie.

Uitkomst: Verstek verleend tegen eiser, SNS ontslagen van de instantie en eiser veroordeeld in de proceskosten.

Conclusie

Rolnr. C01/230HR
Mr L. Strikwerda
Zt. 21 sept. 2001 (concl. op verstek)
conclusie inzake
[Eiser]
tegen
SNS Automotive N.V.
Edelhoogachtbaar College,
1. In deze zaak heeft eiser tot cassatie, hierna: [eiser], SNS Automotive N.V., hierna: SNS, bij exploit van 19 juni 2001 gedagvaard om op 17 augustus 2001 te verschijnen ter terechtzitting van de Hoge Raad, met aanzegging dat hij beroep in cassatie instelt tegen het tussen partijen gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch d.d. 20 maart 2001.
2. Bij herstelexploit van 17 augustus 2001 heeft [eiser] SNS aangezegd dat, onder instandhouding van het reeds uitgebrachte exploit, het tijdstip waarop partijen moeten verschijnen is gewijzigd in 7 september 2001 en SNS opgeroepen op die dag ter terechtzitting te verschijnen.
3. Ter zitting van 7 september 2001 is de zaak uitgeroepen. Partijen bleken niet te zijn verschenen. De zaak is veertien dagen aangehouden tot de zitting van 21 september 2001 om [eiser] in de gelegenheid te stellen alsnog te verschijnen.
4. Ter zitting van 21 september 2001 is de zaak opnieuw uitgeroepen. [Eiser] is op deze zitting wederom niet verschenen. SNS is op deze zitting wel verschenen. Zij verzocht tegen [eiser] verstek te verlenen.
5. Ingevolge art. 75 Rv Pro dient, nu [eiser], hoewel hem de gelegenheid is geboden zijn verzuim te herstellen, ter zitting van 21 september 2001 wederom niet is verschenen, tegen [eiser] verstek te worden verleend en zal SNS van de instantie moeten worden ontslagen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten. Vgl. HR 5 november 1993, NJ 1994, 119.
De conclusie strekt ertoe dat tegen [eiser] verstek wordt verleend en dat SNS van de instantie wordt ontslagen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,