ECLI:NL:HR:2001:AD4029

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 november 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R01/046HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • C.H.M. Jansen
  • J.B. Fleers
  • A.G. Pos
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep tegen beschikking inzake terugvordering door gemeente Groningen

De vrouw en de man dienden een verzoek in bij de Kantonrechter te Groningen om het bedrag dat zij aan de gemeente moesten betalen vast te stellen en de invordering daarvan mogelijk te maken. De Kantonrechter wees het verzoek toe, waarna de verzoekers hoger beroep instelden bij de Rechtbank Groningen. De Rechtbank bekrachtigde de beschikking van de Kantonrechter. Vervolgens stelden de verzoekers beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De gemeente Groningen heeft geen verweerschrift ingediend in cassatie. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van de lagere rechterlijke instanties. De beschikking is in het openbaar uitgesproken op 30 november 2001 door de raadsheer A. Hammerstein.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van de Rechtbank Groningen.

Uitspraak

30 november 2001
Eerste Kamer
Rek.nr. R01/046HR
AP
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [De vrouw],
2. [De man],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
DE GEMEENTE GRONINGEN, zetelende te Groningen,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 16 juli 1997 ter griffie van het Kantongerecht te Groningen ingediend verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de Gemeente - zich gewend tot de Kantonrechter aldaar en verzocht:
- het bedrag dat door de verzoekers tot cassatie - verder te noemen: de vrouw en de man - aan de Gemeente zal worden betaald vast te stellen op ƒ 16.578,39, met dien verstande dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd;
- vast te stellen dat door de Gemeente de totaalsom van het terug te vorderen bedrag, verminderd met wat daarop inmiddels is betaald, terstond kan worden ingevorderd;
- een en ander uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut.
De vrouw en de man hebben het verzoek bestreden.
De Kantonrechter heeft bij beschikking van 26 mei 2000 het verzoek toegewezen.
Tegen deze beschikking hebben de vrouw en de man hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Groningen.
Bij beschikking van 23 januari 2001 heeft de Rechtbank de beschikking van de Kantonrechter bekrachtigd.
De beschikking van de Rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de Rechtbank hebben de vrouw en de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, J.B. Fleers en A.G. Pos, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 30 november 2001.