ECLI:NL:HR:2001:AD4320

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 november 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01918/99
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 326 SrArt. 365a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt veroordeling voor oplichting wegens onjuiste kwalificatie valse hoedanigheid

De verdachte werd in hoger beroep door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens oplichting. Het hof baseerde zijn oordeel op de veronderstelling dat het zich voordoen als een bonafide huurder een valse hoedanigheid en listige kunstgreep inhoudt.

De Hoge Raad oordeelt echter dat het zich voordoen als een huurder die het gehuurde goed na afloop van de huurperiode teruggeeft, niet automatisch een valse hoedanigheid of listige kunstgreep oplevert in de zin van artikel 326 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Hierdoor is de kwalificatie van het hof onjuist.

Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof te Arnhem voor een nieuwe beoordeling op het bestaande hoger beroep. De zaak zal daar opnieuw worden berecht en afgedaan.

De uitspraak benadrukt het belang van een juiste juridische kwalificatie van bewezen verklaarde feiten en bevestigt dat het zich voordoen als huurder niet zonder meer oplichting oplevert.

Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onjuiste kwalificatie van oplichting.

Uitspraak

13 november 2001
Strafkamer
nr. 01918/99
KD/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 31 augustus 1999, nummer 20/000397-99, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, wonende te [woonplaats], ten tijde van het instellen van beroep in cassatie uit anderen hoofde gedetineerd in het Huis van Bewaring "Torentijd" te Middelburg.
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch van 23 januari 1998 - de verdachte ter zake van "oplichting" veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan de verdachte een betalingsverplichting opgelegd een en ander als in het arrest vermeld.
1.2. Het verkorte arrest en de aanvulling daarop als bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Door of namens deze zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen en de zaak zal verwijzen opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
3.1.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard hetgeen in de bestreden uitspraak op blz. 2 onder het hoofdje "De bewezenverklaring" is opgenomen.
3.1.2. Het Hof heeft de bewezenverklaring doen steunen op de bewijsmiddelen opgenomen in de aanvulling zoals bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv.
3.2. Het Hof heeft de tenlastelegging kennelijk aldus uitgelegd dat daarin aan de termen "valse hoedanigheid" en "listige kunstgreep" geen zelfstandige feitelijke
betekenis toekomt.
3.3. De enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als een bonafide huurder die in staat en voornemens is het gehuurde goed na ommekomst van de overeengekomen huurperiode terug te geven aan de verhuurder, levert niet op het aannemen van een valse hoedanigheid noch een listige kunstgreep in de zin van art. 326 Sr Pro.
Het vorenoverwogene brengt mee dat het Hof hetgeen het heeft bewezenverklaard ten onrechte heeft gekwalificeerd als "oplichting".
4.Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
5.Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden uitspraak;
Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem
opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens en E.J. Numann, in bijzijn van de waarnemend-griffier H.H.A. de Nijs, en uitgesproken op 13 november 2001.