ECLI:NL:HR:2010:BL8638
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring valse hoedanigheid bij huurwoning
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor oplichting door het aannemen van een valse hoedanigheid bij het huren van een woning in Heemstede. Verdachte en zijn mededader zouden zich valselijk hebben voorgedaan als bonafide huurders, onder meer door het gebruik van een valse naam van de echtgenoot, waardoor de verhuurder werd bewogen tot het afgeven van de huissleutels en het verstrekken van de woning.
Het hof achtte bewezen dat verdachte en zijn mededader zich bedrieglijk hebben voorgedaan en dat zij huurpenningen niet betaalden. De bewezenverklaring steunde op verklaringen van de verhuurder, verdachte en medeverdachte, en op het feit dat de medeverdachte een valse naam gebruikte bij het aangaan van de huurovereenkomst.
De Hoge Raad stelt voorop dat het enkel huren van een woning en het niet voldoen van huurpenningen, ook indien voorzien, op zichzelf niet het aannemen van een valse hoedanigheid oplevert zoals bedoeld in art. 326 Sr Pro. De bewezenverklaring is ontoereikend gemotiveerd omdat het hof de omstandigheid van het gebruik van een valse naam slechts als feitelijke uitwerking van het aannemen van een valse hoedanigheid heeft opgenomen, terwijl het verdachte van dat bestanddeel heeft vrijgesproken.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor zover het betreft het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging, en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting en beslissing. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging betreft en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.