ECLI:NL:HR:2001:AD4623
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van onttrekking van goederen aan failliete boedel
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen van het onttrekken en vervreemden van goederen aan de boedel van een failliete vennootschap.
De tenlastelegging betrof het onttrekken van voorverkooporders van kinderkleding en de daaraan gekoppelde distributierechten van de failliete vennootschap [A B.V.], en het overdragen daarvan aan een nieuwe vennootschap [B B.V.]. Het hof stelde vast dat de orders daadwerkelijk zijn uitgevoerd en de waarde ervan is gerealiseerd door [B B.V.], die de distributierechten rechtstreeks van Frafor SA had verkregen.
De verdediging voerde aan dat de orders geen waarde meer hadden en geen zelfstandig goed vormden, hetgeen door het hof werd verworpen op basis van de feitelijke gang van zaken en de ontvangst van betaling. De Hoge Raad oordeelt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven omtrent het begrip 'goed' in artikel 343 Sr Pro en bevestigt de vrijspraak.
Het cassatieberoep wordt verworpen omdat geen van de middelen tot cassatie kan leiden en de bestreden uitspraak niet ambtshalve vernietigd hoeft te worden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vrijspraak van verdachte bevestigd wegens ontbreken van onttrekking van goederen aan de failliete boedel.