ECLI:NL:HR:2001:AD4937

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 december 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R01/092HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R. Herrmann
  • H.A.M. Aaftink
  • O. de Savornin Lohman
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verhaalsbijdrage kosten bijstand door man aan gemeente

De zaak betreft een verzoek van de Gemeente om aan de man een verhaalsbijdrage op te leggen voor de kosten van bijstand die aan zijn ex-partner en minderjarige kinderen is verleend. De man werd aanvankelijk veroordeeld tot betaling van een bedrag van ƒ 293,89 per maand per persoon vanaf 1 januari 1999. De Gemeente wijzigde haar verzoek en vroeg een hogere bijdrage over een kortere periode.

De Rechtbank bepaalde dat de man ƒ 496,78 per maand moest betalen voor de periode van 14 april 1999 tot 20 oktober 1999 en een achterstand in maandelijkse termijnen van ƒ 293,89 moest voldoen. Zowel de man als de Gemeente gingen in hoger beroep bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Het Hof vernietigde de beschikking gedeeltelijk en stelde de bijdrage vast op ƒ 400,-- per maand van 1 januari 1999 tot 1 juli 1999 en ƒ 496,78 per maand van 1 juli 1999 tot 20 oktober 1999.

De man stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de man niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad bevestigde daarmee de beslissing van het Hof en legde de verhaalsbijdrage definitief vast conform de beschikking van het Hof.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de verhaalsbijdrage zoals vastgesteld door het Hof.

Uitspraak

7 december 2001
Eerste Kamer
Rek.nr. R01/092HR
AP
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.G. Cantarella,
t e g e n
DE GEMEENTE 'S-GRAVENHAGE, zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. K.T.B. Salomons.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 14 september 1999 ter griffie van de Rechtbank te 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de Gemeente - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht te bepalen dat verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - aan de Gemeente verschuldigd is:
- met ingang van 1 januari 1999 een verhaalsbijdrage van ƒ 293,89 per maand, zolang de bijstandsverlening aan de vrouw mede ten behoeve van [het] minderjarige [kind 1] voortduurt;
- met ingang van 1 januari 1999 een verhaalsbijdrage van ƒ 293,89 per maand, zolang de bijstandsverlening aan de vrouw mede ten behoeve van [het] minderjarige [kind 2] voortduurt;
- met ingang van 1 januari 1999 een verhaalsbijdrage van ƒ 293,89 per maand, zolang de bijstandsverlening aan de vrouw mede ten behoeve van [het] minderjarige [kind 3] voortduurt.
Nadat de man dit verzoek had bestreden heeft de Gemeente haar verzoek gewijzigd. Zij heeft verzocht de onderhoudsbijdrage over de periode 1 januari 1999 tot 20 oktober 1999 op ƒ 496,78 per maand vast te stellen en vanaf 20 oktober 1999 op nihil.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 14 november 2000 bepaald dat de man terzake van verhaal van kosten van bijstand van 14 april 1999 tot 20 oktober 1999 aan de Gemeente dient te betalen ƒ 496,78 per maand en dat de man de inmiddels ontstane achterstand dient te voldoen door betaling van ƒ 293,89 per maand.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De Gemeente heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij beschikking van 6 juni 2001 heeft het Hof de bestreden beschikking voor zover aan haar oordeel onderworpen vernietigd en, in zoverre opnieuw beschikkende, bepaald dat de man aan de Gemeente moet voldoen terzake van - ten behoeve van de vrouw en de minderjarigen - gemaakte kosten van bijstand, een bedrag van ƒ 400,-- per maand met ingang van 1 januari 1999 en tot 1 juli 1999 en een bedrag van ƒ 496,78 per maand met ingang van 1 juli 1999 en tot 20 oktober 1999. Het meer of anders verzochte heeft het Hof afgewezen.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren R. Herrmann, als voorzitter, H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 7 december 2001.