ECLI:NL:HR:2001:AD4937
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Verhaalsbijdrage kosten bijstand door man aan gemeente
De zaak betreft een verzoek van de Gemeente om aan de man een verhaalsbijdrage op te leggen voor de kosten van bijstand die aan zijn ex-partner en minderjarige kinderen is verleend. De man werd aanvankelijk veroordeeld tot betaling van een bedrag van ƒ 293,89 per maand per persoon vanaf 1 januari 1999. De Gemeente wijzigde haar verzoek en vroeg een hogere bijdrage over een kortere periode.
De Rechtbank bepaalde dat de man ƒ 496,78 per maand moest betalen voor de periode van 14 april 1999 tot 20 oktober 1999 en een achterstand in maandelijkse termijnen van ƒ 293,89 moest voldoen. Zowel de man als de Gemeente gingen in hoger beroep bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Het Hof vernietigde de beschikking gedeeltelijk en stelde de bijdrage vast op ƒ 400,-- per maand van 1 januari 1999 tot 1 juli 1999 en ƒ 496,78 per maand van 1 juli 1999 tot 20 oktober 1999.
De man stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de man niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad bevestigde daarmee de beslissing van het Hof en legde de verhaalsbijdrage definitief vast conform de beschikking van het Hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de verhaalsbijdrage zoals vastgesteld door het Hof.