ECLI:NL:HR:2001:AD5029

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 november 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
36207
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • D.H. Beukenhorst
  • L. Monné
  • P.J. van Amersfoort
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand · 10 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt aanslag vermogensbelasting buitenlandse belastingplichtige 1996

Belanghebbende, een buitenlandse belastingplichtige, werd voor het jaar 1996 aangeslagen in de vermogensbelasting over een binnenlands vermogen van ƒ 130.000. Na bezwaar tegen deze aanslag handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging vervolgens in beroep bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde.

Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad ontving het beroepschrift en de verweerschriften van de Staatssecretaris van Financiën, evenals de conclusies van repliek en dupliek.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van belanghebbende niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, aangezien de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Ten aanzien van de proceskosten achtte de Hoge Raad geen gronden aanwezig voor een veroordeling. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen van de Inspecteur en het Hof.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vermogensbelasting bevestigd.

Uitspraak

Nr. 36.207
2 november 2001
FA
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (Mexico) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 12 mei 2000, nr. 97/00437, betreffende na te melden aanslag in de vermogensbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Belanghebbende is voor het jaar 1996 als buitenlandse belastingplichtige aangeslagen in de vermogensbelasting naar een binnenlands vermogen van ƒ 130.000, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft die uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een conclusie van dupliek ingediend.
3. Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer D.H. Beukenhorst als voorzitter, en de raadsheren L. Monné en P.J. van Amersfoort, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 2 november 2001.