ECLI:NL:PHR:2009:BH4069
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aftrekbaarheid hypotheekrente Belgische woning bij premieheffing volksverzekeringen grensarbeider
De zaak betreft een grensarbeider woonachtig in België die in 1994 in Nederland werkte en premie volksverzekeringen betaalde. Hij wilde de hypotheekrente van zijn Belgische woning aftrekken van zijn Nederlandse premie-inkomen, wat door de Inspecteur werd geweigerd. Het Hof stelde de Inspecteur in het gelijk, maar de belanghebbende ging in cassatie.
De Hoge Raad bekeek de zaak in het licht van het EG-recht, het belastingverdrag Nederland-België en de Toewijzingsverordening (EEG nr. 1408/71). Hoewel het belastingverdrag en de Wet inkomstenbelasting 1964 de aftrek van buitenlandse hypotheekrente beperken, geldt dit niet voor de premieheffing volksverzekeringen die wordt beheerst door de Toewijzingsverordening en nationaal recht.
De Hoge Raad concludeert dat de grensarbeider, die nagenoeg zijn gehele premie-inkomen in Nederland verwierf, gelijk behandeld moet worden als een inwoner. Dit betekent dat hij de hypotheekrente van zijn Belgische woning mag aftrekken van zijn Nederlandse premie-inkomen. Dit oordeel sluit aan bij het arrest Renneberg van het HvJ EG en de wetswijziging van 2001 die het wereldinkomen als premiegrondslag voor niet-inwoners introduceerde.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bepaalt dat de Inspecteur een aanslag moet vaststellen waarbij de hypotheekrente in mindering wordt gebracht. De zaak wordt zelf afgedaan, waarmee de belanghebbende in het gelijk wordt gesteld.
Uitkomst: De Hoge Raad bepaalt dat de hypotheekrente van de Belgische woning in mindering mag worden gebracht op het Nederlandse premie-inkomen voor de premieheffing volksverzekeringen.