ECLI:NL:HR:2001:AD5158

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 oktober 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
1319
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • E. Korthals Altes
  • D.H. Beukenhorst
  • P.J. van Amersfoort
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie inzake onteigening bestemmingsplan Leidschenveen

De Gemeente Leidschendam heeft eiser gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage met het verzoek tot vervroegde onteigening van een gedeelte van zijn perceel in het kader van het bestemmingsplan "Leidschenveen". De rechtbank heeft op 6 december 2000 de gevorderde onteigening uitgesproken en een voorschot op schadeloosstelling vastgesteld.

Eiser heeft tegen dit vonnis cassatie ingesteld bij de Hoge Raad, stellende dat het vonnis onjuist was. De gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. Beide partijen hebben hun standpunten schriftelijk toegelicht en gerepliceerd.

De Advocaat-Generaal heeft op 30 mei 2001 geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen zonder nadere motivering, omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.

De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding, begroot op f 632,20 aan verschotten en f 3.000,-- aan salaris advocaat. Het arrest is uitgesproken op 5 oktober 2001 door de vice-president en raadsheren.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

Nr. 1319
5 oktober 2001
FA
in de zaak van
[Eiser], wonende te [woonplaats],
eiser tot cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga,
tegen
de Gemeente Leidschendam, zetelende te Leidschendam,
verweerster in cassatie,
advocaat: mr. H.A. Groen.
1. Geding in feitelijke instantie
1.1. De Gemeente Leidschendam heeft bij exploit van 2 augustus 2000 [eiser] doen dagvaarden voor de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage en ten behoeve van de uitvoering van het bestemmingsplan "Leidschenveen" en het uitwerkingsplan "Leidschenveen - De Velden A" gevorderd de vervroegd uit te spreken onteigening ten behoeve van de Gemeente van een gedeelte groot 0.07.54 ha van het perceel kadastraal bekend gemeente Stompwijk, sectie [...], nummer [...], ter grootte van 0.33.70 ha, waarvan [eiser] is aangewezen als eigenaar, en bepaling van het voorschot op het bedrag van de schadeloosstelling.
1.2. Bij vonnis van 6 december 2000 heeft de Rechtbank de gevorderde onteigening uitgesproken en het voorschot op de schadeloosstelling bepaald op f 74.700, en drie deskundigen en een rechter-commissaris benoemd. Het vonnis is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
2.1. [Eiser] heeft het vonnis van 6 december 2000 met een middel van cassatie bestreden. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2. De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2.3. Partijen hebben hun standpunten schriftelijk doen toelichten door hun advocaten.
2.4. [Eiser] heeft gerepliceerd. De Gemeente heeft gedupliceerd.
2.5. De Advocaat-Generaal J.W. Ilsink heeft op 30 mei 2001 geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op f 632,20 aan verschotten en op f 3.000,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren D.H. Beukenhorst en P.J. van Amersfoort en door de raadsheer A. Hammerstein uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 oktober 2001.